Postnatale Depressie? Mamazorg helpt

Voor hulp bij psychische klachten tijdens de zwangerschap en na de bevalling

Oorzaak postpartum depressie

Uit alle onderzoeken die er internationaal gedaan zijn naar het ontstaan van postpartum depressie (PPD), is geen éénduidige oorzaak naar voren gekomen. Er blijken vaak meerdere factoren mee te spelen in het ontstaan van een PPD.

Hormonen?

Doordat er rond de bevalling grote fysiologische en hormonale veranderingen plaatsvinden verwachten veel onderzoekers een biochemische of hormonale factor bij PPD. Ondanks dat bepaalde hormonen als estradiol en ACTH, verder onderzoek verdienen, is er in de literatuur tot op heden geen eenduidig bewijs gevonden voor biochemische of hormonale oorzaak van postpartum depressie. Helaas wordt er op websites nog te vaak geschreven dat hormonaal disbalans de oorzaak van PPD is.

Onderzoeken hebben aangetoond dat hormonen bij sommige vrouwen wel een belangrijke rol spelen bij het ontstaan van PPD. Dit kunnen pathologische reacties zijn op normale hormonale veranderingen.  Uit ander onderzoek blijkt dat het toedienen van hormonen om het daarna weer snel weg te halen, duidelijk meer depressies veroorzaakt bij vrouwen die eerder een PPD gehad hebben dan bij vrouwen zonder een verleden met depressies.

Het kan zijn dat biologische veranderingen bij postpartum blues tot depressies leiden bij genetisch kwetsbare vrouwen, bij stressvolle omstandigheden en bij onvoldoende sociale steun. Andere onderzoekers stellen echter dat het mogelijk is dat er bij PPD geen specifieke biologische oorzaken spelen, maar dat de geboorte van een kind een ingrijpende stressvolle gebeurtenis is, dat bij kwetsbare vrouwen een depressieve episode veroorzaakt.

Het is in ieder geval duidelijk dat psychosociale stressoren bijdragen aan het syndroom bij een groot aantal vrouwen. Het lijkt erop dat hormonale veranderingen een vrouw meer labiel kunnen maken en daardoor gevoeliger voor andere factoren. Men heeft dit alleen nog niet oorzakelijk kunnen vaststellen. Het verschil met een ‘gewone’ depressie is dan ook niet duidelijk. De meeste klachten komen overeen met die bij ‘gewone’ depressies. Een opmerkelijk verschil met andere depressies is dat de klachten meer angst gerelateerd lijken te zijn. Dit is echter nog niet wetenschappelijk bewezen. Tijdens de zwangerschap staan angstklachten wel degelijk meer op de voorgrond. Angst blijkt een significante voorspeller van postpartum- en prepartum depressie.

Risicofactoren

Er zijn een groot aantal biologische, psychische en psychosociale risicofactoren gevonden die bij kunnen dragen bij het ontstaan van een postpartum depressie.

- Biologische factoren

  • gezondheidsproblemen;
  • erfelijkheid; Vrouwen met eerstegraads familieleden met depressies of andere stemmingsstoornissen, hebben een grotere kans op het ontwikkelen van een PPD;
  • gevoeligheid voor een stemmingsstoornis; Vrouwen die een eerdere episode van depressie/PPD of een andere stemmingsstoornis meegemaakt hebben, hebben een grotere kans op het ontwikkelen van een PPD;
  • gevoelig zijn voor de hormonale veranderingen; Sommige vrouwen zijn gevoelig voor hormonale veranderingen. Deze veranderingen kunnen rond de bevalling, na het stoppen met borstvoeding en rond de eerste menstruatie PPD veroorzaken. PPD kan om die reden ook lang na de bevalling nog ontstaan;
  • in de puberteit al last hebben van PMS;
  • een verstoorde schildklierwerking tijdens de zwangerschap;
  • een tekort aan vitaminen en mineralen tijdens de zwangerschap; Tijdens de zwangerschap geeft een vrouw vitaminen en mineralen door aan haar baby, waardoor er een tekort aan kan ontstaan bij de vrouw. Een tekort aan vitamines B6 en B12 en mineralen ijzer, zink en koper kunnen een disbalans in de hormoonhuishouding veroorzaken. Dit kan weer leiden tot een PPD;
  • een tekort aan het onverzadigde vetzuur omega-3; Onverzadigde omega-3 vetzuren zijn onontbeerlijk bij de opbouw van de hersenen van de baby. Tijdens de zwangerschap en het geven van borstvoeding, geeft een vrouw deze onverzadigde vetzuren met voorrang door aan haar baby. Aangezien men in Nederland weinig omega-3 vetzuren consumeert, is de kans groot dat er een tekort aan ontstaat bij de vrouw. Er lijkt steeds meer een negatief verband te zijn tussen de inname van visolie (omega-3) en depressies (waaronder PPD);
  • ontregeling in hersenstoffen door hormoondisbalans;
  • ontregeling van bloedsuiker;
  • slechte lichamelijke conditie;
  • lichamelijke problemen als zwangerschapshypertensie, bekkeninstabiliteit en oververmoeidheid tijdens de zwangerschap;
  • aanhoudende oververmoeidheid door slaaptekort na de bevalling, mede door de slaapproblemen bij het kind.

- Psychische factoren

  • het hebben van symptomen van depressie/paniekstoornis tijdens de zwangerschap;
  • het hebben van een lage zelfwaardering;
  • het hebben van een hoge verwachting van het moederschap;
  • het stellen van hoge eisen aan jezelf;
  • slecht nee kunnen zeggen;
  • moeite hebben met het uiten van gevoelens;
  • onverwerkt verdriet;
  • tegenvallende, moeilijke zwangerschap en/of bevalling;
  • een gevoel van controleverlies tijdens de bevalling;
  • een pessimistische instelling hebben;
  • vooral negatieve, niet werkende coping mechanismen gebruiken: ontkenning, emotioneel ontladen en bij tegenslag snel uit het veld geslagen worden.

- Psychosociale factoren

  • het niet kunnen voldoen aan het maatschappelijk ideaalbeeld dat een vrouw zorgzaam hoort te zijn en eigen behoeftes hoort te onderdrukken; Hoe meer problemen een vrouw ervaart niet aan dit heersende ideaalbeeld te kunnen voldoen, hoe groter de kans op een PPD;
  • ingrijpende veranderingen in het leven tijdens de zwangerschap en/of rond de bevalling;
  • lage sociaal-economische status;
  • alleenstaand zijn;
  • zwanger in de adolescentie;
  • geringe sociale steun van partner en/of anderen;
  • relationele problemen;
  • een problematische verhouding hebben met de ouders, met name de moeder;
  • immigratie in de laatste vijf jaar;
  • een sterfgeval tijdens de zwangerschap of rond de bevalling;
  • ongeplande of ongewenste zwangerschap;
  • ontslag uit ziekenhuis terwijl de patiënte daar nog niet aan toe is;
  • ontevredenheid over het voedingsadvies van de behandelaar of over het niet op gang komen van de borstvoeding;
  • het temperament van het kind;
  • een miskraam; bij een miskraam is de kans op een PPD twee keer zo groot dan bij een gewone bevalling als men in het verleden depressies heeft gehad. dit geldt zeker voor vrouwen zonder kinderen, maar tevens bij vrouwen die ongelukkig waren met de zwangerschap;
  • bevallen met een spoed sectio-caesarea (keizersnede);
  • vroeggeboorte van de baby;
  • een zware bevalling met veel bloedverlies.

Beschermende factoren bij het ontstaan van PPD

Naast de risicofactoren zijn er ook factoren die de kans op het ontstaan van een PPD juist verminderen.
Een aantal van deze factoren zijn:

  • een voldoende groot sociaal netwerk bezitten;
  • de nodige (sociale) steun van partner en anderen krijgen;
  • goede sociale vaardigheden bezitten;
  • een goede lichamelijke conditie hebben;
  • gezonde zelfwaardering bezitten;
  • voldoende slaapmogelijkheden krijgen/ nemen;
  • een spirituele levensvisie bezitten (dat wat betekenis geeft aan het leven en de eigen persoon doet overstijgen);
  • een optimistische instelling hebben;
  • constructieve coping mechanismen gebruiken: plannen, actief het probleem oplossen, relativeren, humor, richten tot het geloof, acceptatie, gebruik maken van sociale steun.