Postnatale Depressie? Mamazorg helpt

Voor hulp bij psychische klachten tijdens de zwangerschap en na de bevalling

Herkenning van pre- en postpartum depressie

Een prepartum depressie wordt niet snel herkend. Niet door huisartsen en verloskundigen en niet door de vrouwen zelf. Vaak worden depressieve klachten zoals slaapproblemen aan een normale zwangerschap toegeschreven. Hierdoor wordt depressie als ziektebeeld in deze periode vaak niet onderkend.

Ook klachten als misselijkheid, tintelende vingers en ‘sterretjes zien’ kunnen aangezien worden voor symptomen van zwangerschapsvergiftiging, terwijl het kan gaan om symptomen van een paniekaanval of hyperventilatie.
Veel klachten tijdens de zwangerschap lijken 'te horen' bij gewone zwangerschapskwaaltjes. Zinnen als 'ach, de hormonen, he?!' en 'de vermoeidheid wordt erger nu de zwangerschap vordert' zijn veel gehoorde uitspraken. Men neemt veel klachten voor lief, want na de bevalling zal het wel over zijn en 'het hoort er nu eenmaal bij'.
In veel gevallen zal dat inderdaad ook zo zijn, maar desondanks maakt 13% van de pas bevallen vrouwen in het eerste jaar na de bevalling een ernstige depressieve episode door. Tel daarbij de groepen vrouwen die een minder erge depressie doormaken en/of een angststoornis hebben ontwikkeld en je praat over een hele grote groep vrouwen met serieuze psychische klachten.
Ook deze groep wordt niet snel herkend. 'Je moet nu eenmaal aan de nieuwe situatie wennen' en een moeder die niet blij is met haar kindje lijkt eigenlijk niet echt te kunnen.

Veel moeders durven er daarom niet over te praten. Niemand wil 'een slechte moeder' zijn. Het is voor veel moeders al moeilijk genoeg om voor zichzelf te erkennen dat er iets is. Slechts een klein deel van de vrouwen met een PPD gaat met de klachten naar de huisarts; en maar bij de helft van de hulpzoekenden wordt de aandoening erkend.

Aangezien meerdere factoren meespelen bij het ontstaan van postpartum depressie -met of zonder angstklachten- en mensen nu eenmaal verschillen, kan een postpartum depressie zich op vele manieren uiten.

“Je bent nog niet zo lang geleden bevallen van een gezond kind. Iedereen in je omgeving lijkt er blij mee te zijn. Iedereen behalve jij. Je voelt je lichamelijk nog niet helemaal hersteld. Je bent steeds moe en wilt het liefst alleen zijn om uit te rusten. Het huilen van je kind wordt je eigenlijk te veel.
Men noemt je wel mama, maar eigenlijk voel je je geen mama. In tegendeel: je merkt steeds vaker dat je het kind weer kwijt wilt. Maar je kan er niets aan doen. Je zit er aan vast. Die gedachte geeft je een enorm paniekgevoel. Het kind wat aandoen lijkt geen optie, maar overweeg je wel. Je bent bang dat je jezelf een keer niet in de hand hebt en het wel zal doen. Je voelt steeds meer angst bij de gedachte aan je kind. Je lijkt overal meer angst voor te hebben. Je gaat je steeds meer een slechte moeder voelen, omdat je alleen al die slechte gedachten hebt. Je hoort toch blij te zijn? Je moet toch van je kind houden? Je durft er met niemand over te praten en als je er wat over vertelt, lijkt men je niet echt te begrijpen.
Je gaat mensen vermijden, want dan hoef je ook niet vrolijk te doen. Naar je partner reageer je steeds vaker geiriteerd. Je voelt je lusteloos en je kan je je steeds minder helder denken. Je hoofd  en lichaam doen rare dingen: het bloed raast door je lichaam, je hart klopt als een bezetene en je hebt last van agressieopvliegers. Dit gaat duidelijk niet goed. Je hebt jezelf niet meer onder controle. Je weet niet wat je er aan moet doen en zelfmoord lijkt niet de ergste oplossing. Grote kans dat je lijdt aan een postpartum depressie.”

Het kan dat je jezelf niet helemaal herkent in wat hier beschreven staat. Misschien voel je je zo lusteloos dat je helemaal nergens toe in staat bent. Zelfs niet meer in denken of voelen. Misschien ben je juist overbezorgd naar je kind toe. Het kan ook zijn dat je enorm veel woede voelt en alles en iedereen eigenlijk in elkaar zou willen slaan. Het kan. En misschien is het bij jou nog niet zo erg, maar voel je je wel weglijden.

In alle gevallen raad ik je aan om er wel over te praten en hulp te zoeken voor het te erg wordt.  Blijf er niet mee zitten, want één ding is duidelijk: je bent zeker niet de enige. Integendeel.